zaterdag 30 maart 2013

Bewustzijn

De storm luwt niet
niet meer
als de woorden eindelijk

wat vleugels in de lucht
beschrijven.

De rups kent de weg
ik volg

vandaag
trek ik mijn lichthuid aan.

woensdag 27 maart 2013

Still standing

ja ik sta nog
boven de golven van het eerste uur
onder de palmen van je ogen
je ziet me niet maar ik ben er nog

bewegend, levend, zwevend

ja ik sta nog
onder de stralen van het blauwe vuur
in de regen achter de bogen
met opgeheven hoofd

bewegend, levend, zwevend

ja ik sta nog
de wind heeft me nog niet genomen
tussen de kiezels van mijn dromen
geef ik leven aan de dood

bewegend, levend, zwevend

vrijdag 15 maart 2013

De natuur spreekt: kleur en klank

De natuur roept. Mijn hart antwoord.
Mijn schoenen zijn in een wip aan, mijn jas en das en natuurlijk mijn vertrouwde camera.
Al na een paar minuten sta ik stil. Rechts voor mij in een weelderige struik zit een groot aantal zangvogels. En ze doen hun naam eer aan.
Midden op het pad sta ik onbeweeglijk stil, sluit mijn ogen en open mijn oren. Ik hoor geen auto’s, geen snorrende scooters of geroezemoes. Enkel mooie muziek. De schitterende klanken beroeren mijn lijf, mijn hart danst, mijn gevoel loopt over van zoveel moois.
Minutenlang geef ik me over. De kou deert niet. Ik voel alleen de magie. Steeds meer vogels laten zich zien. Links en rechts strijken ze neer, strooien ze het lentegevoel over het landschap.
Ik wil verder lopen, maar ik wil ook deze betovering niet verbreken. Er wacht meer dus ik zet mijn benen in beweging, zie de vogels opvliegen, kijk ze lachend na.
Met mijn handen in mijn zakken en mijn hoofd in mijn kraag dwaal ik door.

Een grijsgrauwe hemel spiegelt zich in het water. Een klein schilderijtje met een ijzige omlijsting ontvouwt zich voor mijn ogen.


Goh, het hangt hier wel heel mooi te drogen. Handig, zo’n waslijn!


Een groot nest hangt links van mij in een kleine boom. Vlakbij zit mama onbeweeglijk op een tak. Zelfs als ik heel dicht nader, blijft ze zitten. Zou ze op de kleintjes passen?



Dan wordt mijn aandacht ineens getrokken door een voor mij onbekend vogeltje. Ik denk eerst aan een roodborstje, maar nee het is toch wat anders.


Gebiologeerd staar ik naar het prachtige vogeltje. Wat een schitterende oranje-rode buik!


Maar hij of zij is niet alleen. Twee takken lager zit een andere vogel. Ze lijken totaal niet op elkaar, maar blijven toch in elkaars buurt zitten. Als de een opvliegt, gaat de ander er achteraan. Zou het een paartje zijn?


Het is gelukt om ze allebei samen op de foto te zetten. De verschillen zijn opmerkelijk, maar het zijn inderdaad mannetje en vrouwtje van dezelfde soort. Het blijken goudvinken te zijn. Ik zeg niet welke, maar het mannetje is het mooist ;)


Een trio eenden baddert geruisloos voorbij.


En dan gaat het weer sneeuwen. Alhoewel, van een sneeuwbui valt nauwelijks te spreken. Het is meer een handjevol kleine vlokjes. Zachtjes zweven ze om me heen. Kleine prinsesjes laten mij verwonderd achter. Onvangbaar, maar lieflijk en zacht.

Als in een droom eindig ik mijn wandeling in kleur. Ze zijn er nog. Ze hebben het nog niet opgegeven en tonen trots hun lente-spirit.


dinsdag 5 maart 2013

Lente (2)

Als de lente voor je deur staat, moet je open doen. De zon schreeuwde bijna: laat mij erin, laat mij erin!
Mijn bleke winterhuid daarentegen: laat mij eruit, laat mij eruit! Ik gaf met plezier gehoor aan die oproep en gewapend met camera trok ik er op uit.
Ik had nog geen 145 stappen gedaan of een vrolijke fluiter trok mijn aandacht. Hij liet zich alleen bijzonder moeilijk vangen. Dit is mijn beste poging:


Na mijn nek meermaals te hebben uitgerekt richtte ik mijn aandacht op de kleurige krokussen die mij van alle kanten toeriepen.




Vervolgens was ik getuige van een wedstrijd synchroon duiken.


Onderstaande sneeuwklokjes klingelden zo lieflijk dat ik ze ook maar vereeuwigt heb.


Langs de spoorlijn trok deze fluiter mijn aandacht. Hij (of zij) bleef ook zo keurig zitten voor de foto. Dat maak ik niet vaak mee.


Hoog in de bomen. Wie is de gelukkige?



De zon kon ik onmogelijk missen. Ze vergezelde mij van begin tot eind.



Ik hou van blauw.



En alle andere kleuren die horen bij de lente.





donderdag 28 februari 2013

Hoog bezoek

Net als ik op het punt sta naar buiten te gaan, zie ik de eerste sneeuwvlokken langs mijn raam glijden/schrijden/zweven. Het gaat er in ieder geval heel lieflijk aan toe. Sommigen lijken zelfs te twijfelen of ze niet gewoon weer terug naar boven gaan.
Een heel snoezig, lief klein sneeuwvlokje blijft even voor mijn raam hangen, lijkt te aarzelen.
Ik zwaai vriendelijk en daarmee lijkt het ijs gebroken. Ze klopt aan en ik doe open.
‘Goedemiddag meneer,’ zegt ze met zo’n lief stemmetje dat ik spontaan smelt.
‘Dag sneeuwvlokje,’ glimlach ik terug. ‘Waarom komt u niet binnen? Het is vast koud buiten.’
‘Nou graag,’ antwoordt ze.
Ik doe een stapje opzij en het sneeuwvlokje zweeft naar binnen. Ze is gracieus als een prinses.
‘Wilt u niet even zitten?’ Ik wijs naar mijn bank.
‘Nee, dank u, ik blijf liever hangen.’
‘Wilt u dan wat drinken?’
Ze schudt lachend heen en weer.
Ik staar naar het betoverende sneeuwvlokje, schraap mijn keel en vervolg: ‘Waaraan dank ik uw bezoek?’
Ze lijkt weer even te twijfelen, zweeft naar het raam en weer terug. ‘Het is een beetje lastig uit te leggen,’ begint ze om vervolgens in een diep zwijgen te vallen.
‘Probeer het gewoon,’ moedig ik haar aan.
‘Vindt je mij mooi?’ vraagt ze opeens.
Mijn hart maakt een klein galopje. ‘Ik vind je beeldschoon,’ flap ik eruit.
‘Echt?’
Ik knik heftig van ja.
‘Ik geloof je,’ bloost ze verlegen.
‘Maar waarom vraag je dat?’
Ze kijkt weer naar buiten. ‘Zie je mijn broertjes en zusjes daar voorbij zweven?’
‘Natuurlijk,’ zeg ik. ‘Een prachtig gezicht.’
‘Maar we lijken allemaal op elkaar!’ roept ze ineens uit.
Zonder wat te zeggen loop ik naar de keuken, pak een spiegel en houdt hem voor haar neus.
‘Oooooh,’ laat ze verrast horen. ‘Wat ben ik mooi.’
Ik doe de deur open en het sneeuwvlokje vliegt weer naar buiten.
Ze kijkt nog eenmaal om en dan is ze uit het zicht verdwenen. Met een diepe zucht plof ik neer op de bank. Ik kan het bijna niet geloven. Heb ik daar zomaar een prinsesje op bezoek gehad en weer laten gaan.